22 februari 2016

Midden onder u

Geschreven door marina

Bovenstaande afbeelding is een fragment van één van zeven panelen uit 1504 waarop De zeven werken van barmhartigheid zijn afgebeeld door de Meester van Alkmaar. Door de massieve gevelwand van het huis aan de linkerzijde wordt het paneel verdeeld in twee praktisch gelijke helften. De rechterkant van de afbeelding wordt ingenomen door de hongerige mensen. Zo benadrukt de kunstenaar het contrast tussen de armoede van de bedelaars rechts en de rijkdom van het huis, links, met zijn dienstmeisje en fijn geklede heer. Op de voorgrond dringt een groepje arme sloebers samen bij de voordeur van het rijke huis. Terwijl het dienstmeisje de mand met brood ophoudt, deelt een man het brood uit aan de armen. Zo te zien let hij er niet op bij wie het brood terecht komt. Is het een uitbeelding van Jezus’ woord: ‘Laat de linkerhand niet weten wat de rechter doet.’ (Mattheüs 6:3)? Of heeft hij alleen oog voor het meisje?

Hij geeft een brood aan de man met een kind op zijn schouders. Een vrouw reikt met haar rechterhand een brood aan het kind op de grond. Ook mensen in hun ellende kunnen elkaar goed doen.

Jezus is onopvallend tussen de bedelaars gaan staan. Hij is herkenbaar aan zijn typische gezicht: lang en smal, lange afhangende haren met scheiding in het midden. De kunstenaar heeft Hem geen heiligenkrans meegegeven, zodat Hij nog minder opvalt. ‘Midden onder u staat Hij die je niet kent.’ (Johannes 1:26). We weten alleen maar zeker dat het Jezus is, omdat dit paneel deel uitmaakt van een serie van zeven. Deze figuur staat op elk paneel.

Hoewel er allerlei activiteit gaande is, maakt het geheel toch een verstilde, ingetogen indruk. Alsof de kunstenaar duidelijk wil maken dat ‘de hongerigen spijzigen’ beschouwd mag worden als een vorm van stil gebed. Hoe zorgvuldig hij het tafereel heeft opgebouwd, blijkt als we nog eens naar zijn compositie kijken. Het hoofd van Jezus bevindt zich precies in het centrum van de afbeelding. In tegenstelling tot alle anderen, kijkt Hij de toeschouwer aan. Alsof Hij vraagt: ‘En jij?’ Door de vragende blik van Jezus kunnen we ons afvragen: ´Waar sta ik op de afbeelding? Deel ik met armen van wat ik te bieden heb aan materiële of geestelijke goederen? Of hoor ik op bepaalde momenten of in een bepaald opzicht zelf bij de armen? Heb ik de moed om mijn lege handen te laten zien, ze op te houden en te vragen?´

Wat zegt het paneel ons in onze tijd als we aan onze armen en vluchtelingen denken? Is Jezus ook midden onder hen?

Ds Reinhold Philipp

 

Gerelateerd