Ter kranze gaan
Geschreven door Antje van der HoekKostelijke lectuur
Van collega Koen Holtzapffel (Rotterdam) ontving ik laatst twee cahiers met verslagen van bijeenkomsten van de naaikrans die onze gemeente ooit rijk was. Hij had het gekregen van een overbuurman wiens tante en moeder lang geleden aan deze krans deel namen. Ze zijn bedoeld voor ons archief. Wie weet dat er nog eens iemand onderzoek doet naar kerkelijk gemeenschapsleven in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw? Want het is interessant genoeg om niet te zeggen: kostelijke lectuur!
Boek van de naaikrans der Remonstrantsche Kerk
Beide cahiers, voluit ‘boek van de naaikrans der Remonstrantsche Kerk’ genoemd, geven een aardig inkijkje in wat de dames uit die tijd zoal bezighield. Bladerend betreedt je al snel een andere wereld. Van huwbare jonge dames met rokken tot knielengte en korte kapsels, die tweewekelijks bij een van hen bij elkaar kwamen om te handwerken. Met een serieuze productie tot gevolg. Van onder meer jumpers, pullovers, nachtjaponnen, polsmoffen, mutsen: alles ten bate van de minder bedeelden. Al breiend en naaiend deelden ze hun wel en wee. Soms gaat een van hen trouwen en verschijnt er enige tijd later een kiekje van het nageslacht. Wat weer enige frictie gaf tussen de leden mét en die zónder kinderen.
Er is heel wat ‘afgekranst’
Zélf was ik gefrappeerd door het eigen vocabulaire. Er wordt gesproken over kransleden, over een kransdag, kransjaar, kransboek en ter kranze gaan… Soms wordt er zelfs een werkwoord van gemaakt: kranzen. Er is kortom behoorlijk wat ‘afgekranst’! Het tweede boekje eindigt in december 1940 met een alleszins begrijpelijke wens. ‘Ik kan niet anders dan wensen dat we nog veel middagen of avonden samen zullen mogen werken voor de minder bedeelden van onze kerk en dat onze krans het ook zal beleven, dat we eens een Vrij Nederland zullen zijn’.
Foto: leden van de naaikrans van de Haagse gemeente, zomer 1926
