19 april 2020

Gewond geloof

Geschreven door Reinhold Philipp

Het zijn historische dagen: kerken zijn gesloten of alleen open voor stil gebed. Diensten en vieringen zijn of geheel afgelast of vinden alleen in zeer kleine kring plaats. Afgelopen zondag waren er vijf personen in de kerkzaal aanwezig (twee predikanten, de organist, twee kerkenraadsleden). Dan wordt de uitspraak van Jezus: ‘Waar twee of drie in mijn naam bij elkaar zijn’ ineens heel concreet. Maar ik weet (ook door de vele positieve reacties) dat velen via het meeluisteren met ons verbonden waren en het feest van Pasen met ons hebben meegevierd. We misten -zoals Madzy in haar welkom zei- het paasontbijt met ouders en kinderen, de vele mensen die elkaar goede, zalige of vrolijke Pasen toewensen. Persoonlijk miste ik ook het samen zingen. Het is in onze moderne geschiedenis nog nooit voorgekomen dat de lofzang in de kerk zo duidelijk werd onderbroken. Zelfs in oorlogstijden bleven diensten en vieringen doorgaan. Maar ik ben ervan overtuigd dat de lofzang niet geheel verstomt. ‘Die dan, als onze beden zwijgen, als hier het daglicht onderduikt, weer nieuwe zangen op doet stijgen, ginds waar de nieuwe dag ontluikt.’ Ik voel mij getroost door deze woorden van Jacqueline van der Waals uit het lied De dag door uwe gunst ontvangen (lied 248). Het is een prachtig lied met een mooie Engelse melodie en een bemoedigende tekst. Helaas zingen we het bijna nooit in een kerkdienst omdat het een avondlied is. Ik zou zeggen: zoek het in het liedboek en/of op Youtube op en zing het vanavond thuis alleen of samen.

Verder wil ik graag ook via deze weg mijn gedachten voor de paastijd met u delen. Velen hebben de overdenking (over Johannes 20:19-29) al gehoord. Hieronder staat een soort samenvatting. Wie de tekst van de hele preek ook op papier wil ontvangen kan zich melden bij Miriam of Margo op de administratie.

Aanraking speelt een belangrijke rol in het laatste hoofdstuk (hoofdstuk 21 is vrijwel zeker een latere toevoeging) van het Johannesevangelie. Raak mij niet aan! Houd mij niet vast!, zegt Jezus tegen Maria Magdalena. Raak mij aan! Raak mijn wonden aan!, zegt Jezus tegen Thomas (het beroemde schilderij van Caravaggio heeft ook moderne kunstenaars geïnspireerd). Aanraken en vooral aangeraakt worden is een oerbehoefte van mensen. ‘Tango, tangor, ergo sum.’ (Ik raak aan. Ik word aangeraakt. Dus ik ben.), is een uitspraak van de Duitse filosoof Wilhelm Schmid, die veel publiceert over liefde, geluk en levenskunst. Het is een interessante variant op ‘Cogito, ergo sum. Ik denk, dus ik ben.’ Veel mensen zullen het niet erg vinden dat we afstand moeten houden. Maar de meeste mensen hebben in meer of mindere mate niet alleen de behoefte aan, maar zelfs een hunkering naar aanraking, naar fysiek contact: huidhonger. Door de thuisisolatie zijn veel mensen bijna 24 uur alleen. En niet alleen dat, zij worden ook niet aangeraakt.

Kom hier! Kom dichterbij! Voel met je vingers mijn wonden! Raak hen aan! In onze tijd van verplicht afstand houden en elkaar niet mogen aanraken, klinken de woorden van Jezus provocerend. Maar ik denk dat ze nooit letterlijk waren bedoeld. ‘Gelukkig zij die niet zien en toch geloven!’ Juist vanwege deze uitspraak gaat het de evangelist Johannes volgens mij juist niet om het echte aanraken. Als hij bijna een eeuw na Jezus’ kruisdood en opstanding zijn goede boodschap schrijft, is Johannes er zich terdege van bewust dat het voor zijn lezers, voor ons niet mogelijk is om de wonden van Jezus aan te raken. Waar hij de gelovigen toe oproept, is het meevoelen van de wonden van Jezus, het meevoelen van zijn kwetsbaarheid. Voel mijn pijn met mij mee! Voel de pijn van gekwetste, gewonde mensen mee!

De opgestane Christus heeft nog steeds zijn wonden. In de visie van de Tsjechische theoloog Tomás Halík moet Thomas leren zien dat de Opgestane niet ineens een volmaakt lichaam heeft, maar nog steeds een lichaam met wonden, een lichaam dat de littekens draagt van afwijzing en haat, een lichaam dat beschadigd is aan het leven. Kijk, lijkt Jezus te willen zeggen, de pijn -welke pijn dan ook- is niet zomaar weg, is niet zomaar vergeten. De wonden blijven zichtbaar.

De Engelse taal heeft een uitspraak: never trust someone without a limp. Vertrouw nooit iemand die niet mank loopt. Een groot probleem in onze tijd is onze gerichtheid op ‘happiness’, op geluk als belangrijkste waarde in het leven. We verleren om plaats in te ruimen voor de donkere kanten, voor verdriet, lijden en rouw. Een feelgood geloof houdt geen stand, is niet reality-proof. Wees op je hoede voor een geloof of een theologie van alleen Halleluja waarin het kruis en de wonden zijn weggemoffeld. Jezus geeft Thomas een aansporing mee: wees niet ongelovig, maar gelovig. Jezus heeft het niet over de inhoud van Thomas’ geloof, maar over geloven als een houding, een manier van in het leven staan. Je kunt heel orthodox zijn in je opvattingen, recht in de leer en toch leven zonder vertrouwen. En andersom kun je heel wat onbeantwoorde vragen hebben en toch met al je scepsis en talloze tegenwerpingen, inclusief alle vragen en ook inclusief alle wonden, je steeds opnieuw toevertrouwen aan God.

Heb het leven lief en wees niet bang, zong de onlangs overleden chansonnière Liesbeth List in een van haar prachtige liederen. Een van mijn favoriete paasliederen is: Jezus leeft en ik met Hem! (lied 641). Een combinatie van beide liederen is voor mij een mooie gedachte voor de paastijd: Heb het leven lief (met al zijn wonden en littekens) en wees niet bang, want Jezus leeft en met hem ook ik, ook wij.

Reinhold Philipp

 

Gerelateerd