11 mei 2020

Chagall en de ruimte van de verbeelding

Geschreven door Antje van der Hoek

Schoonheid en troost. Misschien herinnert u zich nog deze televisieserie waarin journalist, schrijver en programmamaker Wim Kayzer deze vraag voorlegde aan een reeks prominente wetenschappers, filosofen en kunstenaars? De vraag was simpel en raakte in essentie aan die oude levensvraag: wat maakt dit leven de moeite waard? Het leidde tot prachtige bespiegelingen. Later werd het ook tot boek bewerkt.

Schoonheid en troost en dan het ‘huwelijk’ daartussen: het is een vraag die je ook nu kunt stellen. Die zich momenteel wellicht sterker opdringt, nu het nieuws zoveel treurigheid brengt en je geneigd ben naar een tegenwicht te zoeken. Een tegengif tegen al die virusgerelateerde berichtgeving. Ik vind dit antidotum dezer dagen onder meer in de figuur en kunst van Marc Chagall, zoals die in zijn memoires en de televisieuitzendingen ‘Krabbé zoekt Chagall’ worden gepresenteerd (inmiddels afgelopen, maar te zien via:  https://www.nederland.tv/krabbezoektchagall).

Een tegengif tegen al die virusgerelateerde berichtgeving.

Die memoires tekende Chagall overigens al vroeg op, op z’n vijfendertigste, toen hij nog vele jaren voor zich had. Want hoe roerig zijn leven ook was – door pogroms, de beide wereldoorlogen, de Russische revolutie en menige vorm van persoonlijke leed en teleurstelling – lang zou hij leven: hij werd zevenennegentig jaar. In 1887 in Vitebsk (huidige Wit-Rusland) als Movsja Zacharovitsj Sjagal in een chassidisch joods gezin geboren, was hij de zoon van een eenvoudig haringhandelaar en de oudste van negen kinderen. In 1910 verhuisde hij naar Parijs en zou hij zijn naam veranderen in het meer Franse Marc Chagall. In zijn werk combineerde elementen van de moderne stijlen die hij daar ontmoette. Zijn werk laat daarmee sporen zien van van diverse kunststijlen, maar heeft een onmiskenbaar eigen intuïtief-dromerige stijl. Zijn herinneringen aan zijn jeugd, die zijn belangrijkste inspiratiebron vormden, tonen allerlei Joodse thema’s die daarvoor nooit afgebeeld waren. Rabbijnen, violisten, arbeiders uit het ghetto, synagogen, alles laat een Joodse cultuur zien die door anderen nooit eerder zo vrijelijk en liefdevol afgebeeld was.

Daarmee schiep hij een geheel eigen universum, waarin de verbeelding regeert. De historische realiteit waarin hij leefde was vaak armoedig en gewelddadig, maar in zijn schilderijen en in ‘Mijn leven’ stond hij zelf aan het roer. Daarin kon alles. Krabbé zegt hierover: ‘Chagall is in de fantasie van zijn schilderijen gaan wonen’. Naar aanleiding van een pogrom die hij van dichtbij meemaakte, brengt hij het zélf als volgt onder woorden: ‘Hoe dichter het leger in de buurt kwam, hoe meer de joodse bevolking zich terugtrok, de steden en sjtetls verliet. Ik zou ze het liefst allemaal in mijn schilderijen verbergen, om ze in veiligheid te brengen’.

‘Chagall is in de fantasie van zijn schilderijen gaan wonen’.

Gered worden’ binnen de ruimte van de verbeelding. Over schoonheid en troost gesproken…

Gerelateerd